Een paar jaar geleden liep ik rond met een hoofd vol onuitgesproken dingen. Gevoelens die ik inslikte, momenten waarop ik mezelf wegcijferde en situaties die ik kleiner maakte dan ze voelden. Ik wist niet altijd goed wat ik zelf wilde, was niet altijd gelukkig en mijn hoofd zat vol, maar ik had er geen woorden voor.
Ik was op zoek naar iets wat me dat kleine zetje gaf om écht te gaan schrijven. Ik probeerde verschillende boekjes, maar bij de meeste gratitude-journals met elke dag dezelfde vragen haakte ik al snel af. Ik zocht gewoon een veilige plek voor de lastige, ingeslikte en onuitgesproken dingen.
Die plek vond ik uiteindelijk door zelf te gaan schrijven. En het werkte beter dan ik had verwacht.
De wetenschap noemt het expressieve schrijftherapie, en het is al decennia uitgebreid onderzocht.
Psycholoog James Pennebaker ontdekte in de jaren ’80 dat mensen die regelmatig schrijven over hun emoties en moeilijke ervaringen, zich daarna beter gaan voelen: zowel mentaal als lichamelijk. Deelnemers aan zijn onderzoek gingen minder vaak naar de huisarts, hadden een betere immuunfunctie en rapporteerden minder stress en angst. Een meta-analyse uit 1998 (Smyth) vond vergelijkbare effecten als duurdere en intensievere psychologische interventies.
Wat er in de praktijk gebeurt als je schrijft:
• Je hoofd wordt rustiger: al dat gepieker krijgt eindelijk een plek
• Je voelt je lichter: alsof je iets hebt neergezet wat je al lang meedroeg
• Je slaapt beter: omdat je gedachten niet meer rondjes draaien
• Je wordt milder naar jezelf: je ziet patronen zonder meteen streng te oordelen
• Je ziet wat van jou is en wat niet: en dat alleen al geeft rust
Je hoeft er niet eens in te geloven. Je hoeft alleen maar te schrijven. De rest komt vaak vanzelf.
Hoe werkt het dan precies?
Je schrijft zonder filter, zonder censuur, puur voor jezelf. Geen mooie zinnen, geen perfect verhaal. Gewoon eerlijk en rauw opschrijven wat er is.
Wat er dan gebeurt: je ordent chaotische gedachten, geeft ze een plek en haalt de druk van de ketel. Ingehouden emoties kosten energie. Schrijven ontlaadt dat. Direct erna kun je je soms even zwaarder voelen: je confronteert immers iets. Maar na een paar weken merk je het verschil.
Pennebaker raadt aan om 15 tot 20 minuten te schrijven, een paar dagen achter elkaar, over hetzelfde onderwerp. Daarna mag je het laten rusten. Je mag het bewaren, verscheuren of verbranden. Het hoeft nooit iemand anders te lezen.
Voor wie is het geschikt?
Eigenlijk voor iedereen die merkt dat gedachten blijven hangen. Dat je een gesprek steeds opnieuw afspeelt in je hoofd. Dat je blijft nadenken over wat je anders had willen zeggen. Dat je hoofd maar niet stil wordt.
Je hoeft geen grote crisis te hebben meegemaakt. Soms is het gewoon die ene opmerking die je niet loslaat, of een verwachting die anders liep dan je dacht.
Bij complexe trauma’s of ernstige klachten is het verstandig om schrijven te combineren met professionele begeleiding. Maar als laagdrempelige manier om meer rust te krijgen in je hoofd, het werkt.
Zin om te beginnen?
Als je een zacht zetje zoekt om te starten, heb ik daar iets voor gemaakt.Brieven die je nooit verstuurde is een digitaal schrijfboekje met 32 brieven: voor alles wat je nooit hardop hebt gezegd. En Uit je hoofd op papier mijn hardcover journal voor piekergedachten en patronen, komt binnenkort beschikbaar.
Beide vind je op www.uitjehoofdoppapier.nl
Je hoofd weet het al. Nu mag het op papier.
Liefs, Natasja
Bronnen
• Pennebaker, J.W. & Beall, S.K. (1986). Confronting a traumatic event. Journal of Abnormal Psychology, 95(3). https://doi.org/10.1037/0021-843X.95.3.274
• Smyth, J.M. (1998). Written emotional expression. Journal of Consulting and Clinical Psychology, 66(1). https://doi.org/10.1037/0022-006X.66.1.174
• Baikie, K.A. & Wilhelm, K. (2005). Emotional and physical health benefits of expressive writing. Advances in Psychiatric Treatment, 11. https://doi.org/10.1192/apt.11.5.338
Reactie plaatsen
Reacties